The Swiss Life

Dries en Carolien in .ch

Category: day trip (page 1 of 2)

Sonnenberg in Luzern – 26 juli 2019

Onze laatste dag in Luzern. Amai, die vakantie is ook weer voorbij gevlogen. Ik vond Luzern alleszins zeker de moeite van het bezoek waard. Alweer een Zwitserse parel ontdekt.

We ontbijten op het gemak, maken onze valiezen en laten die vervolgens achter bij het onthaal. We hebben geen grootste plannen voor vandaag. Langs de Reuss wandelen we naar de Gütschbahn, een tandrandbaan die ons naar Schlosshotel Gütsch brengt. Vandaar hebben we alweer een prachtig uitzicht over Luzern.

Vanaf Schlosshotel Gütsch maken we een mooie wandeling in de groene long van Luzern. Bij Gasthof Schwyzerhüsli lassen we een kleine drankpauze in. Bij deze temperaturen moet een mens gehydrateerd blijven, nietwaar? Al zijn alcoholhoudende dranken op dat vlak wellicht niet de beste keuze, mijn prosecco en het biertje van mijn vriend smaken.

Vervolgens wandelen we verder naar de Sonnenberg. Het uitzicht is mooi, maar het is zo mogelijk nog warmer dan de voorbije dagen. We zweten wat af. Na een tijdje gewandeld te hebben dalen we de Sonnenberg opnieuw af via de blauwe Sonnenbergbahn.

We nemen de moedige beslissing om het openbaar vervoer verder links te laten liggen en te voet naar Luzern terug te keren. We wandelen tussen de wijngaarden. Doordat we voornamelijk de gewone, verharde wegen volgen, waar tussen de huizen weinig schaduw is, loopt het zweet langs onze rug. Maar we zetten dapper voort. We zien ons doel immers liggen in de verte.

De wandeling blijkt toch steviger dan eerst gedacht, maar zo hebben we wel een reden om een milkshake te drinken bij Amore Mio. Helaas, de uitbater is erg onvriendelijk en de milkshake trekt op niks. Een Italiaanse gelatozaak onwaardig. We voelen ons dik in het zak gezet.

Tijd om onze voeten in het water te steken. We kunnen elk beetje afkoeling goed gebruiken. Het terras van Opus blijkt een ideale plek om een glas wijn te drinken. De keuze op de kaart is fenomenaal. Ik drink er een heerlijk glas prosecco en een werkelijk uitstekende rosé. Een aanrader.

Voor het avondmaal keren we terug naar het hotel. Een simpele vegan bowl bij Dean & David is ideaal op zo’n warme dag. En daarmee zit onze vakantie er dus officieel op. We gaan met onze valiezen naar het station en zoeken een wagon met airco uit voor de terugrit naar Genève. De trein rijdt rechtstreeks naar Genève, dus we kunnen op het gemak blijven zitten. Na een zeer comfortabele rit komen we in Genève aan. Vanaf het station gaan we te voet naar het appartement van Dries en zijn nét op tijd binnen voor de regen losbarst. Een welgekomen bui na een hittegolf.

Blij dat ik deze vakantie de gelegenheid had om Zwitserland wat beter te leren kennen.

Mount Rigi – 25 juli 2019

Het ontbijt in Hotel Central is iets minder overvloedig dan dat in Montreux, maar dat viel te verwachten. Gelukkig is er heerlijke Zwitserse kaas! We besluiten vandaag de stad achter ons te laten en een uitstapje te maken naar Mount Rigi. Helaas heeft Dries mijn verkoudheid overgenomen. We zijn dus allebei niet in topvorm en het blijft belachelijk: lopen snotteren bij temperaturen van meer dan 30 graden.

Mount Rigi bereiken is een hele expeditie op zich. Om 10.25u nemen we vanuit Luzern de boot naar Vitznau en vanuit Vitznau nemen we de tandradbaan naar het station Rigi Kulm. Rigi Kulm bevindt zich op 1748 meter boven de zeespiegel.

Ondertussen is het middag, maar honger hebben we nog niet (die Zwitserse kaas vult stevig). We drinken een appelwijn in het lelijke self service restaurant met het prachtige uitzicht en smeren ons goed in tegen insecten. We beklimmen de grote zendmast die vlak langs het self service restaurant en zijn beiden onder de indruk van het prachtige panorama dat zich aan onze voeten uitstrekt.

Tijd om de benen te strekken! We wandelen op het gemak terwijl we onderweg de schoonheid van de natuur in ons opnemen. We ontmoeten zelfs wat koeien met die zonder tegensputteren met ons op de foto willen.

Het middaguur is al stevig gepasseerd wanneer we een hongertje voelen opkomen. We komen terecht in Bärg Gnuss, een mooie berghut met vriendelijke personeel. Alleen was het een vergissing om minestrone te bestellen: de soep was gloeiend heet en koelde maar niet af omdat de buitentemperaturen zo hoog waren. Jaloers op het slaatje tomaat mozzarella van Dries!

We wandelen tot aan Rigi Kaltbad-First, vooral gekend om wille van de prachtige Spa & Welness faciliteiten. We werpen een blik op de prachtige baden, maar hebben geen tijd om hier een paar uurtjes te verblijven. Misschien een ideetje voor een volgende keer!

Kwestie van zoveel mogelijk verschillende vervoermiddelen op één dag uit te proberen, nemen we de Weggis kabelbaan naar beneden. Het uitzicht (dat hadden jullie zeker niet verwacht) is alweer fabuleus. Beneden aangekomen, hebben we nog vijf minuten om de boot van 17.10u naar Luzern te halen. Gelukkig loopt de weg naar de boot bergaf. 😉 We halen het net, maar het is drummen om nog een plekje op de boot te veroveren.

Terug in Luzern vind ik dat het hoog tijd is voor een ijsje! Google beveelt ons Bachmann Gelateria am Quai aan. En wie ben ik om de wijsheid van Google in twijfel te trekken? We zoeken ons een plekje in het groene gras, terwijl het rondom ons gonst van de bedrijvigheid: het Blue Balls Festival is in volle gang en we zijn niet de enigen die in het gras van een ijsje zitten te genieten. Het is er het weer voor!

Voor het avondmaal kiezen we een typisch Zwitsers gerecht uit: sushi! Haha, neen, we hebben vandaag niet zoveel zin in een typisch stevig Zwitsers gerecht. Wat rauwe vis en rijst past beter bij de huidige temperaturen. We vinden een plekje op het terras van Sushi Negishi niet ver van ons hotel. Jammer dat het terras langs een drukke weg ligt, want de sushi is echt lekker en met wat moderne varianten (zwarte rijst en zo).

We sluiten de dag af met een whisky sour op het terras van de ons intussen vertrouwde Seebar. Het blijft voor mij opmerkelijk hoe slecht de Zwitserse service is. We moeten echt alle moeite van de wereld doen om de aandacht van één van de talrijke obers te trekken om onze bestelling te plaatsen.

Een groepje speelt op het podium voor de Seebar (yep, Blue Balls Festival), maar hun muziek kan me minder bekoren dan de zangeres van gisteren.

Aangezien we allebei ziek en moe zijn, houden we het bij één drankje en besluiten we vroeg te gaan slapen. Hopelijk voelen we ons morgen wat beter!

Dobberen op het meer van Genève – 20 juli 2019

Onze (korte) zomervakantie meteen al goed ingezet. Toen ik vrijdag onderweg was van Zaventem naar Genève, whatsappte Dries me of ik geen zin had om samen met zijn collega het meer van Genève te verkennen. Tuurlijk had ik daar zin in! Met hete zomerse temperaturen in het vooruitzicht leek een beetje verkoeling zoeken op het meer ideaal.

Zo gezegd, zo gedaan. Na zaterdagochtend de slaap uit onze ogen gewreven te hebben, gingen we naar de plaatselijke COOP om wat proviand (lees: bier, wijn, wasabinootjes, olijven, gevulde pepers, gemarineerde artisjok en ander meer-waardig voedsel) in te slaan. Vervolgens trokken we iets voor het middaguur naar het appartement van de collega in kwestie. De collega had zo mogelijk nóg meer proviand bij dan wij. Van de honger zouden we alvast niet omkomen.

Zwaar bepakt (zo’n rubberboot weegt verrassend veel) trokken we met z’n drieën naar het meer van Genève. Gelukkig was het niet ver wandelen van het appartement van de collega naar het meer. Aan het meer zochten we een plek in de schaduw om de rubberboot op te blazen. Het vertrekkensklaar maken van de boot ging verrassend snel. Het ding had zelfs drie opblaasbare zitjes en een stevige bodem. Zoveel luxe had ik niet verwacht! Alleen een buitenboordmotor ontbrak, we zouden het dus op mankracht moeten doen (er waren maar twee peddels en ik laat de heren der schepping zich graag belangrijk voelen).

We lieten de boot te water aan een steiger en peddelden in de richting van Lausanne. Het was behoorlijk druk op het meer. We waren duidelijk niet de enigen die verkoeling zochten. Al snel werd het eerste flesje bier/wijn gekraakt en we toastten op de vriendschap en mooie zomerse dagen. Zo nu en dan legden we onze boot vast aan een boei of een steiger en zochten we de verkoeling van het water op. Elk strandje waarlangs we voeren, was druk bevolkt met spelende kinderen en van de zon genietende mensen. En het aantal paddle boards in het water was bijna niet te tellen.

De zon speelde in de loop van de namiddag een beetje verstoppertje achter de wolken. Wat op zich niet slecht was, want anders zou het al snel té heet geworden zijn in ons bootje. We genoten al dobberend van vers brood met Zwitserse kaas, watermeloen en andere hapjes. Dankzij de koelelementen van de collega van Dries, was de wijn zelfs nog aanvaardbaar fris te noemen.

Rond een uur of zes vonden we het welletjes. We haalden de boot uit het meer op dezelfde plek als we erin gingen, lieten de lucht uit alle compartimenten en puzzelden tot alle onderdelen mooi opgeborgen waren. We sleurden de hele handel terug naar het appartement van de collega en namen afscheid.

Na een luie namiddag op het meer wandelden mijn vriend en ik doorheen Genève, op zoek naar een niet te duur restaurantje. Uiteindelijk belandden we bij een Thais restaurant in het quartier des Grottes, vlak achter het station van Cornavin. Ik bestelde mij een heerlijk noedelsoepje met scampi. Een perfecte afsluiter van een fijne dag.

Zürichsee en Rapperswil – 2 juni 2019

Laatste ontbijt in het Platzhirsch hotel. Ik moet zeggen dat ik dat niet zo erg vind. Elke dag de keuze hebben uit drie dezelfde kazen en een hardgekookt ei begint op den duur wat tegen te steken.

We maken onze valiezen en checken uit. Tot onze verbazing is het een heel gedoe om onze valiezen achter te laten in het hotel. Blijkbaar is er geen aparte ruimte waar deze achter gelaten kunnen worden en zetten ze de valiezen gewoon in de ontbijt/restaurant/bar-ruimte. De nogal onvriendelijke mevrouw die ook het ontbijt verzorgde, deelt ons mee dat we de valiezen vóór 16u moeten komen ophalen. Wij hebben een boottochtje op de Zürichsee gepland, dus voor ons is dat te vroeg. We blijven aandringen en uiteindelijk haalt ze haar schouders op. Hmm, ok, laten we hopen dat we deze avond nog valiezen hebben…

We trekken het ons niet aan en wandelen naar het vertrekpunt van de boottochten op de Zürichsee. We willen een uitstapje maken naar de andere kant van het meer: naar Rapperswil en Insel Ufenau. We moeten redelijk wat geduld uitoefenen alvorens we onze tickets voor de boot kunnen bemachtigen. Echt, die rij aan het loket gaat niet vooruit. Het is iets wat ons blijft verbazen: de ongelooflijke traagheid van Zwitsers. In België ben je overal minstens twee keer zo snel bediend.

De zon is ons nog steeds goed gezind en ik kijk uit naar een boottocht van ongeveer twee uur op het mooie meer van Zürich. We weten een goed plekje op het voordek te bemachtigen en zien aan onze rechterkant de plekken voorbij glijden waar we gisteren gewandeld hebben. De boot stopt onderweg een paar keer om mensen op en af te laten stappen, maar wij blijven zitten. Vlak voordat we bij Insel Ufenau aanmeren, beslissen we deze stop toch maar over te slaan. We vermoeden sterk dat we te weinig tijd hebben om dit eilandje te combineren met eindhalte Rapperswil en uiteindelijk willen we liever naar Rapperwil.

Rapperswil is een charmant dorpje met een prachtige burcht, een klooster en pittoreske oude straatjes. Op het moment dat wij er aanmeren, wordt Rapperswil helaas helemaal overspoeld door een iron man race. Ik moet zeggen dat ik er zelf niet het nut van inzie om je lichaam tot zulke extreme inspanningen te dwingen, maar aan de andere kant heb ik wel respect voor de lopers die ons voorbij zoeven. Het is erg warm, geen ideale omstandigheden voor zo’n wedstrijd.

We klimmen meteen naar de burcht op de heuvel. De burcht is helaas vandaag uitzonderlijk gesloten. Waarschijnlijk om wille van de iron man race. Ach ja, geen erg, wij genieten wel van het mooie uitzicht en de vlak bij de burcht gelegen rozentuin. Om de rozentuin te bereiken moeten we een steile trap afdalen. De trap is echter in gebruik door een kerel met een fiets die zowaar de trap van boven naar beneden helemaal af stuitert met zijn fiets. Ik hou mijn hart vast, maar hij raakt heelhuids beneden zonder op zijn gezicht te gaan. Knap staaltje van stuurmanskunst.

Voor de lunch belanden we op het terras van restaurant Rathaus. Een superfijne ontdekking. Het is ondertussen erg warm geworden en we smeren als een gek zonnecrème om niet te verbranden. Het is prettig toeven onder de parasols van het terras van restaurant Rathaus en ik geniet van de heerlijke risotto met asperges en de lekkere witte wijn.

Omdat het zo warm is, doen we het rustig aan. We zoeken een plekje waar ze gelato verkopen en lopen door de spoorwegtunnel onder de treinsporen naar de oever van het meer. Aan de oever stikt het van de zonnebadende mensen. Wij hebben echter een andere doel: de langste houten brug van Zwitserland. Helaas hebben we te weinig tijd om de brug helemaal af te lopen, want we mogen onze boot niet missen. Ik vlieg immers vanavond terug naar België en het zou stom zijn mijn vliegtuig te missen.

µ

Het is jammer dat we maar een paar uur hebben kunnen doorbrengen in Rapperswil, misschien hadden we deze uitstap eerder moeten plannen. Maar ach, dan hebben we nog iets om voor terug te komen, nietwaar? Het is superwarm tijdens de terugtocht op de boot en we zweten wat af. Doet me denken aan onze boottocht naar Yvoire van bijna een jaar geleden.

Wanneer we opnieuw vaste grond onder de voeten hebben, wandelen we op het gemak terug naar het hotel, waar onze valiezen mooi op ons staan te wachten ondanks het feit dat het later is dan 16u. We hebben nog wat tijd over en drinken iets op het terras van ons hotel. Ik bega de vergissing om een ijsthee te bestellen die één, niet huisgemaakt is en twéé, veel te zoet is. En ook de mint julep van mijn vriend smaakt minder lekker dan degene die ik bij aankomst in Zürich dronk.

Tijd om naar het station te vertrekken om de trein naar de luchthaven te nemen. Ik ben ruimschoots op tijd en check mijn valies in. Ik ben net voorbij het eerste poortje om naar de security te gaan, wanneer ik besef dat ik vergeten ben mijn laptop uit het voorste vak van de koffer te halen en in mijn fototoestelrugzak te steken. Damn. De laptop staat in standby en dat kan een potentieel gevaar opleveren in het ruim van het vliegtuig.

Ik meld mijn probleem aan de beambte bij het poortje maar die zegt dat er niets meer aan te doen valt. Ik weet hem echter te overtuigen dat ik toch wil proberen de laptop nog terug te halen. Ik heb mijn valies nog maar pas ingecheckt en ik wil geen neergestort vliegtuig op mijn geweten hebben. Ik keer dus terug en wend mij tot een zeer vriendelijke beambte van Swissair (ik moet zeggen dat ik stiekem blij ben dat dit een Swissair vlucht is). Ze luistert naar mijn probleem, scant mijn bagagetag in en zegt me dat ze mijn koffer terug zullen laten komen.

Voordat het zover is, moet ik nog een hele tocht afleggen, naar de lost and found in een bepaalde terminal, daar aanbellen en dan wachten aan bagageband 21. En jawel, ik ben nog maar net daar aangekomen of mijn valies komt geheel eenzaam de band opgerold. Opgelucht haal ik de laptop eruit en vraag me vervolgens af hoe ik mijn valies nu terug in het systeem krijg. Ik ga naar een andere lost and found beambte en die brengt mijn valies ergens naar een geheim luik et voilà, de valies is weer op weg om hopelijk bij het juiste vliegtuig uit te komen.

Uiteindelijk heb ik in totaal een half uur of zo verloren, dat vind ik persoonlijk heel goed meevallen. Erg onder de indruk van de efficiëntie van de luchthaven van Zürich. Benieuwd of dat in Zaventem zo vlotjes zou verlopen.

Opgelucht dat ik mijn laptop kon recupereren, ga ik opnieuw naar het poortje waar ik al een keer door geweest ben en waar je je boarding pass moet scannen. Uiteraard krijg ik de boodschap dat mijn boarding pass een duplicaat is. Gelukkig doet de norse dame aan het poortje niet moeilijk en laat ze me erdoor.

Ik geraak vlot door security en dan is het nog een flink eind stappen naar de gate. Zürich is echt een enorme luchthaven.

Bij terugkomst in Zaventem rolt tot mijn opluchting mijn valies mooi van de bagageband. Eind goed, al goed. Een treinrit later ben ik alweer terug in Leuven. Al bij al nog op een redelijk uur.

Zürich is echt een stad die mij aangenaam verrast heeft. Zeker de moeite van een bezoek waard.

Caves Ouvertes Vaudoises – 8 juni 2019

Dit pinksterweekend was ik speciaal naar Genève over gevlogen om deel te nemen aan de fameuze Caves Ouvertes, waar Dries altijd zo laaiend enthousiast over is. Hij kocht op voorhand een passeport Caves Ouvertes dat ons recht gaf op een glas, toegang tot het openbaar vervoer en de mogelijkheid om zoveel wijn te proeven als we wilden.

Dries en ik hadden afgesproken met zijn collega Alan om de trein van 10.19u naar Chexbres te nemen. We hadden al eerder gewandeld tussen deze prachtige UNESCO werelderfgoed terrassen, dus ik keek ernaar uit om nu volop te proeven van de ongetwijfeld heerlijke wijnen die hier geproduceerd worden.

Het weer was schitterend op zaterdag en het was duidelijk dat wij niet de enigen waren die zin hadden in een dagje wijn proeven. In Chexbres was het bijzonder druk aan het toeristische kantoor, waar we de wijnglassen en het bijhorende paspoort moesten ophalen. In Chexbres hadden we afgesproken met een oud-collega van Alan die al een uurtje eerder op verkenning was getrokken en graag onze gids speelde.

Onze eerste stop was Cave Francey alwaar we meteen al een mooi uitzicht hadden op het meer van Genève en de terrassen. De wijn was lekker, maar organisatorisch stond het één en ander duidelijk nog niet op punt. Beetje vreemd, want dit is een jaarlijks wederkerend evenement. Van Zwitsers zou je toch iets meer efficiëntie verwachten. We kregen meteen ook wat proevertjes kaas en worst aangeboden. Altijd welkom.

Vervolgens gingen we verder naar Cave Champ de Clos en Domaine Bovy. De werkelijk prachtige tuin van Domaine nodigde uit om hier een middagpauze in te lassen. We vonden een mooie tafel in de schaduw en we bestelden sushi du terroir (jawel, sushi gemaakt met streekproducten, al heb ik sterke vermoedens dat de rijst niet lokaal geteeld werd) en een vegetarisch assortiment. Omdat de proevertjes hier nogal klein uitvielen, kochten we ook een flesje Viognier om aan tafel te degusteren. Tijdens onze lunch kregen we het gezelschap van een Ierse kameraad van Alan en zijn vrouw.

Na deze zeer lekkere lunch zetten we onze ontdekkingstocht in Chexbres verder. We proefden wijn bij Pierre-Luc Leyvraz et André Bélard en Constant Jomini. Ook hier stelden we vast dat de praktische organisatie beter kon, maar hey, de wijn was lekker! Het moet gezegd dat de vrolijkheid van ons gezelschap evenredig toenam met het aantal proevertjes. Bij onze laatste stop in Chexbres vervoegde nog een kameraad van de oud-collega van Alan ons ondertussen behoorlijk aangeschoten gezelschap.

Omdat het weer zo prachtig was, besloten we te voet verder te wandelen naar het volgende dorpje: Epesses. De wandeling beloonde ons met schitterende uitzichten op de omgeving, maar de heren in ons gezelschap werden nogal opgeslorpt door het feit dat ze de fles rode wijn die ze kochten bij Pierre-Luc Leyvraz et André Bélard niet open kregen. Wie trekt er nu ook op wijnuitstap zonder een kurkentrekker? Gevolg: om de haverklap spraken ze andere wandelaars aan met de vraag of ze misschien een kurkentrekker van hen konden lenen. Uiteindelijk is de Ier gaan aankloppen bij een woning langs de weg en hielp een vriendelijke Zwitser ons uit de nood.

In Epesses vonden we een plekje op het werkelijk prachtige terras van Philippe Rouge alwaar we de rest van de avond in de zon doorbrachten. We kochten wat kaas en worst om de honger te stillen en genoten van een heerlijk flesje witte wijn. Meer moet dat soms echt niet zijn. En dankzij de Zwitserse spoorwegen zijn we in onze aangeschoten toestand veilig weer in Genève geraakt. Alwaar mijn vriend en ik als afsluiter van de avond nog snel iets bij een Indiër bij ons in de buurt zijn gaan eten. Kwestie van al die alcohol wat te absorberen. 😉

Lausanne en Aubonne – 13 januari 2019

Deze zondag hebben we afgesproken met David en Kristien uit Aubonne om samen een sneeuwschoenwandeling te maken. Dries en ik sporen van Genève naar Nyon, waar onze vrienden ons komen oppikken om kwart voor tien. Helaas, helaas, de weergoden zijn ons slecht gezind. Het regent in Nyon en de webcams op de pistes van Saint-Cergue, waar we willen gaan wandelen, tonen een dikke, grijze mist. Niet bepaald het ideale weer voor een fijne wandeling.

We gooien onze plannen om en rijden naar Lausanne. In een stad valt altijd wel iets te beleven, ook bij slecht weer. De kinderen (Lucía, Matteo en ons petekindje Rquel) zijn dit weekend op kamp, dus we zijn alleen onder volwassenen. Het ideale moment voor een museumbezoek dus! Op aanraden van David gaan we naar het mudac (Musée de design et d’arts appliqués comtemporains). Een niet al te groot museum waar een erg mooie collectie glasobjecten te bewonderen valt. Over de tweede tentoonstelling die er loopt, zijn de meningen verdeeld. De tentoonstelling toont een aantal stop motion filmpjes met figuren uit klei en een aantal kleikunstwerken. Sommige stop motion filmpjes zijn schitterend, andere erg bevreemdend tot zelfs afstotelijk. Mijn fascineert vooral het stop motion filmpje over de Día de Muertos. Zeer knap in beeld gebracht.

Omdat ons ticket ook toegang geeft tot het Musée de l’Elysée, besluiten we daar ook snel een kijkje te nemen. We hebben niet meer superveel tijd, want David moet de kinderen van het kamp gaan ophalen rond half drie in de namiddag. Jammer, want de tentoonstellingen van fotografen Matthias Bruggmann en Liu Bolin zijn beide indrukwekkend.

De titel van de tentoonstelling van Matthias Bruggmann ‘Un acte d’une violence indicible’ had niet beter gekozen kunnen zijn: de beelden komen binnen als een mokerslag. Zes jaar werkte Matthias Bruggmann aan deze tentoonstelling die met waanzinnig mooie, maar pijnlijke beelden de oorlog in Syrië in beeld brengt. Het is bizar om zoveel schoonheid in de gruwel te ontdekken. Een tentoonstelling die niemand onberoerd kan laten.

De werken van Liu Bolin zijn van een heel andere aard. Niet voor niets draagt deze fotograaf de bijnaam: de menselijke kameleon. In zijn werken wordt de artiest letterlijk opgeslokt door de omgeving. Bij sommige foto’s duurt het ettelijke seconden voordat je ontdekt waar de artiest zich bevindt. De werken van Liu Bolin zijn een stille aanklacht tegen de onmenselijkheid van het huidige Chinese collectivisme en de uitwassen van het hedendaagse hyperconsumptie die vandaag de dag ook de Chinezen treft. Je ziet zijn werk en de daaraan gekoppelde betekenissen evolueren doorheen de jaren. Dik de moeite en ik vind het jammer dat we niet langer in het Musée de l’Elysée kunnen doorbrengen.

We keren terug naar het huis van David en Kristien in Aubonne en beginnen samen met Kristine aan de voorbereidingen voor de kaasfondue, terwijl David de kinderen gaat halen. Die blijken alle drie behoorlijk uitgeput te zijn van hun weekendje weg en helemaal geen zin te hebben in kaasfondue. Geen erg: meer kaas voor ons!

Ondanks het slechte weer, een mooie zondag.

Montreux Noël – 8 december 2018

De vorige keer dat ik in Zwitserland was, zagen Dries en ik tijdens ons blitzbezoek aan Montreux de kerstmarkt in opbouw. Die opbouw deed vermoeden dat de kerstmarkt van Montreux absoluut de moeite zou, met mooie houten kraampjes langs het meer. Ik nam me toen voor om terug te komen voor die kerstmarkt. Zo gezegd, zo gedaan!

Omdat het voor ons allebei drukke dagen zijn, sliepen we uit en ontbeten we op het gemak. Montreux is niet zover van Genève en een ganse dag kerstmarkt is een beetje van het goede te veel. We mikten dus op een aankomst iets na het middaguur. De trein bracht ons zonder problemen tot in hartje Montreux, alwaar de organisatie van de kerstmarkt een aantal klaar-overs had ingeschakeld om iedereen veilig te laten oversteken. Duidelijk een goed georganiseerd evenement!

We zetten ons bezoek meteen in met een lekker pannenkoekje vergezeld van, hoe kan het ook anders, een glühwein. En jawel de kerstmarkt was even charmant als ik me had voorgesteld toen ik de kraampjes in opbouw zag. Zeer mooie stalletjes met als achtergrond het meer en de bergen. Jammer dat het weer wat grauw was, maar gelukkig bleef het droog. Dat is het voornaamste bij zo’n bezoek aan de kerstmarkt. We slenterden langs de kraampjes die de normale kerstprullaria uitstalden, met hier en daar een iets origineler aanbod (ik kocht me bijna een prachtig 3D-model van een trein in hout). We spotten zelfs een kraam met authentieke Brusselse wafels. De kraam noemde heel toepasselijk ‘Manneke Kris‘ en zag eruit als drie Brugse rijhuizen. Slimme marketing en aan het volk te zien, konden de Zwitsers deze Belgisch specialiteit wel smaken.

Eregast was het land Bosnië-Herzegovina, dat jammer genoeg een plaatsje toebedeeld kreeg helemaal op het einde van de kerstboulevard. Als je echt een land in de kijker wil zetten, lijkt me een meer centrale plaats aangeraden. Jammer dat we op dat moment nog vol pannenkoek zaten, want de specialiteiten uit Bosnië-Herzegovina zagen er heerlijk uit.

Voor het vieruurtje lasten we een stop in bij een soort iglo waar binnen een nephaardvuur brandde. We dronken allebei een (helaas voorgemengde) cocktail, die eigenlijk best wel te pruimen viel. Omdat we onze zinnen gezet hadden op kaasfondue ‘s avonds, probeerden we een reservatie te versieren in één van de mooie blokhutten die speciaal voor de gelegenheid gebouwd waren. Helaas, alles zat stampvol. Dan maar via tripadvisor gereserveerd in restaurant Le Museum, dat iets verder van de kerstmarkt lag. Gelukkig hadden ze daar wel plaats!

Bij valavond stak er een stevige wind op die voor hoge golven op het meer zorgde. Dat hield ons echter niet tegen om in het reuzenrad te gaan. We hadden het perfecte tijdstip uitgekozen, want net toen wij in het reuzenrad zaten, zagen we de kerstman in zijn slee voorbij vliegen! Die Zwitsers sparen kosten nog moeite om de bezoekers in de kerstsfeer te brengen.

Voordat we naar het restaurant gingen, verorberde ik nog snel een negerzoen van één van de kraampjes in de overdekte markt. Klein voorgerechtje. 😉

En dan was het tijd voor kaasfondue met truffel! De beste kaasfondue die ik tot nu toe gegeten heb! Heerlijk.

Om ons bezoek af te ronden, pikten we nog het Spectacle Lumineux mee. Echt onder de indruk waren we niet, maar het duurde niet lang en het was een fijne afsluiter van een geslaagde kennismaking met mijn eerste Zwitserse kerstmarkt.

Glacier 3000 en Montreux – 4 november 2018

Vroeg uit de veren vandaag, want we moeten al om 8.45u op de Place Dorcière zijn voor onze dagtrip naar Glacier 3000 en we willen niet vertrekken zonder een stevig ontbijt achter de kiezen. Op de Place Dorcière wacht een minibusje met plaats voor een veertiental personen. Onze chauffeur is een Londenaar met, aan zijn vurig rosse haar te oordelen, Schotse roots. Onze groep is een behoorlijk gevarieerd samenraapsel van toeristen afkomstig van diverse continenten.

De rit naar de parking van Glacier 3000 verloopt vlotjes. We doen er ongeveer een uur en veertig minuten over. Da’s een pak minder dan de tweeënenhalf uur die de dame van het Tourism Office ons had voorgehouden. Iets waar we behoorlijk blij mee zijn, uiteraard. We nemen de Cable Car naar boven en krijgen meteen een fenomenaal uitzicht voorgeschoteld. Prachtig. Alleen al dit ritje met de Cable Car van amper een kwartier, inclusief één overstap, maakt deze uitstap de moeite waard. Boven aangekomen, blijkt meteen dat het op 2971 meter een pak frisser is dan beneden. We dan zijn ook erg blij dat we gisteren nog de moeite hebben gedaan om extra handschoenen en twee fleeces te gaan halen. Er ligt op deze hoogte een flink pak sneeuw en de eerste skiërs van het seizoen suizen dik ingepakt de hellingen af.

We besluiten meteen de topattractie te bezoeken: de peak walk by Tissot (yep, gesponsord door een horlogemerk, zo gaat dat in Zwitserland), een hangbrug die ons naar een top brengt vanwaar we een schitterend 360° uitzicht hebben. Ik vloek inwendig dat ik mijn fototoestel niet meegenomen heb (paste niet in mijn koffertje van de handbagage), maar moet toegeven dat mijn iphone het er niet slecht vanaf brengt. De hangbrug is trouwens niet aan te raden voor mensen met hoogtevrees. De brug wiebelt vervaarlijk en de afgrond lonkt vervaarlijk.

Na de Peak Walk nemen we de stoeltjeslift die ons naar de glacier walk brengt. Onze neuzen vriezen er bijna vanaf op de stoeltjeslift, zo koud is het. Beneden aangekomen zien we dat de dame met de hondenslee toch op post is. Onze chauffeur had ons tijdens de rit warm gemaakt voor een ritje met een échte hondenslee om ons bij aankomst meteen teleur te stellen met de mededeling dat vandaag de dame met de hondenslee niet op post zou zijn. Hij had zich duidelijk vergist, want nog geen vijf minuten later zitten we op de hondenslee. Daarvoor moesten we eerst onderhandelen, want normaal gezien kost een ritje maar liefst 30 Zwitserse frank per persoon. Dries doet echter slim alsof hij niet kan passen en uiteindelijk gaat de dame van de hondenslee ermee akkoord om ons voor 30 Zwitserse frank te vervoeren. We doen twee rondjes en vinden het allebei geweldig.

Helaas is de koude op mijn blaas geslagen en moet ik na het ritje op de hondenslee dringend plassen. We laten het fun park (de naam is lichtelijk overdreven voor een heuveltje waarvan je naar beneden kan sleeën) voor wat het is en keren met de stoeltjeslift terug naar boven om naar het toilet te kunnen gaan. Oef!

We hebben het allebei flink koud en besluiten binnen in het self-service restaurant op te warmen. De pasta bolognaise is redelijk ok en we genieten van het uitzicht. We kunnen ons er geen van beiden toe brengen om opnieuw de kou op te zoeken, dus drinken we nog iets en wachten we braaf tot de buschauffeur iedereen van onze groep verzamelt heeft. Een kort ritje met de cable car later staan we weer beneden.

De chauffeur last nog een kleine tussenstop in: 45 minuten om Montreux te bezoeken, da’s net genoeg tijd om een ijsje te eten en een wandeling langs het meer te maken, alwaar men al druk in de weer is met het opzetten van de kerstmarkt. Een fijn weerzien met een stad waaraan ik goeie herinneringen heb.

Rond 18u zijn we opnieuw in Genève. We besluiten het onszelf niet te moeilijk te maken en in de buurt Chinees te gaan eten bij een restaurant dat een goeie score op tripadvisor heeft. Per slot van rekening moet ik de dag nadien al om 5 uur ‘s ochtends uit de veren om mijn vlucht van 7.05u te halen. We bestellen dumplings als voorgerecht, altijd lekker. De noedelsoep die ik als hoofdgerecht eet, is een beetje flets van smaak en de portie is veel te groot voor mij. Geef mij toch maar een lekkere kom ramen!

Mont Salève en terugkeer naar België – 5 augustus 2018

Mijn vader, Dries en ik starten de dag opnieuw met een gezamenlijk ontbijt in hotel Ibis Styles Genève Gare. Ik geniet de tweede dag op rij van pannenkoekjes met vruchtenconfituur. Ik weet niet hoe dat zit met jullie, maar pannenkoeken maken mijn dag altijd goed.

We nemen met z’n drieën de bus naar de Téléphérique du Salève. Volgens mij is mijn vader stiekem opgelucht dat hij niet te voet naar boven moet klimmen. 😉 Het ritje met de téléphérique is voorbij in een zucht. We hebben geluk dat we aan het raam vooraan kunnen staan en dus een uitstekend uitzicht hebben op de omgeving, terwijl we aan aan paar kabels omhoog getrokken worden.

Boven aangekomen nemen we de tijd voor een uitgebreide fotosessie met Genève en het meer op de achtergrond. Het gebeurt immers niet elke dag dat mijn vader overvliegt naar Genève. Voor hem toch een serieuze stap uit zijn comfortzone.

Voor ‘s middags heeft Dries een tafeltje gereserveerd bij restaurant l’Observatoire, één van de drie restaurants op de Mont Salève. Normaal gezien een kwartiertje klimmen vanaf de téléphérique. Het is echter nog steeds bijzonder warm (zo’n 28 graden) en mijn vader heeft niet bepaald de gewoonte bergen te beklimmen. We doen het dus behoorlijke rustig aan en lassen voldoende pauzes in. Het lijkt me niet prettig dat mijn vader onwel zou worden, maar gelukkig gaat alles goed en raken we zonder problemen boven. Eén van onze rustpauzes brengen we door vlakbij een helling waar de parapentes vertrekken. We zien er op korte tijd drie vertrekken en het kriebelt bij mij om dit ook eens te proberen. Lijkt me geweldig om door het luchtruim te zweven.

Aangezien het restaurantaanbod boven op de berg erg beperkt is, hoeft het niet te verbazen dat de kwaliteit van het eten niet te vergelijken valt met Les Jardins du Léman in Yvoire. Mijn vader is niet echt enthousiast over zijn kip. Vooral de groenten moeten het ontgelden, wegens niet gaar genoeg naar zijn normen. Nu houd ik persoonlijk wel van beetgare groenten die nog knapperig zijn in de mond, maar op dat vlak is mijn vader een liefhebber van de klassieke Vlaamse keuken. Gelukkig is er nog een ijsje als dessert! En het uitzicht vanaf het terras mag er ook zijn. De toiletten daarentegen zijn redelijk schabouwelijk voor zo’n grote zaak. Gelukkig hangt er een aankondiging dat het sanitair binnenkort zal uitgebreid en gemoderniseerd worden. Geen overbodige luxe!

De afdaling gaat een pak vlotter dan de klim en we staan in een wip terug bij de téléphérique. Een paar minuten later staan we weer beneden, waar het een pak warmer is dan op de berg. We wandelen rustig naar de bushalte en zijn mooi op tijd voor de bus van 15.38u. Na afgestapt te zijn in Cornavin, ondernemen we een tweede poging om de Jet d’Eau van dichterbij te bewonderen. Helaas, we zitten net twee seconden op de Mouette en het ding wordt weer afgezet. Het zit mijn vader niet mee.

Wanneer ik mijn iphone wil opladen aan de externe batterij merk ik dat ik het verkeerde oplaadkabeltje heb meegenomen. Zeer vervelend, want ik heb de boarding pass van mijn vader en mezelf enkel in elektronische versie op mijn iphone. Gelukkig is Dries zo lief om het kabeltje te gaan halen op zijn studio in Charmilles, terwijl mijn vader en ik iets gaan drinken in de Jardin Anglais. We krijgen er gratis entertainment bij, want in de kiosk vlakbij zijn er demonstraties van Boliviaanse dansen bezig. De kleurrijke kostuums en de vrolijke muziek passen perfect bij het schitterende zomerweer.

Dries is sneller terug dan verwacht en we besluiten als afsluiter nog iets hypertoeristisch te doen waarbij er niet te veel gewandeld moet worden: we nemen het treintje op zonneënergie dat ons langs allerlei bezienswaardigheden brengt. Helaas zijn er op de route langs de oevers van het meer veel werken aan de gang, waardoor een aantal bezienswaardigheden aan het zicht onttrokken zijn. Geen erg, mijn vader vindt het toch leuk.

Als allerlaatste wapenfeit in Genève eten we nog iets kleins op het terras van Edward’s Sandwiches. Nuja, kleins: ik beperk mij tot een wrap met zalm, maar mijn vader en Dries kunnen beiden de lokroep van de burgers niet weerstaan.

Vervolgens gaan we langs het hotel om onze bagage op te halen en nemen we de bus naar de luchthaven. Uiteraard word ik er weer uitgepikt bij de security. Deze keer is het mijn bh die de scanner heeft doen afgaan. Het blijft boeiend om vast te stellen dat het telkens iets anders is dat de scanner doet afgaan: de ene keer mijn haarspeld, de andere keer mijn armband, dan weer mijn bh. En dat terwijl ik deze items altijd draag wanneer ik de security passeer. Ik denk er het mijne van. Mijn pa heeft het ook zitten. Hij moet zelfs zijn sandalen uitdoen en gans zijn koffer wordt onderzocht. Na controle blijkt alles in orde te zijn en mogen we beschikken.

We kopen nog wat chocola voor mijn moeder en mijn collega’s en zoeken een stoeltje bij de gate. Terwijl we wachten zit ik me af te vragen of er toch geen manieren zijn om dat boarding proces aangenamer en vlotter te laten verlopen. Nu staat iedereen al bijna een half uur vóór boarding in de rij aan te schuiven, omdat niemand wil dat zijn of haar handbagage uiteindelijk toch moet ingecheckt worden.

Wanneer we dan uiteindelijk aan boord zijn van ons vliegtuig, blijkt er vlak naast mij een hoogbejaarde dame te zitten. Haar familieleden zitten achter haar, dus ik help wat mee om haar veiligheidsgordel om te doen. Knap dat iemand van eind tachtig nog in staat is het vliegtuig te nemen. De rij voor ons zit een meisje van een jaar of tien dat helemaal alleen reist. Ze houdt zich heel flink, maar vanaf het moment dat het vliegtuig opstijgt, komen de traantjes. De stewardessen doen hun best om haar te troosten, maar het is duidelijk dat ze liever gewoon met rust gelaten wordt.

Verder gebeurt er niets noemenswaardig aan boord. Ik neem afscheid van mijn vader in het vliegtuig, want ik heb nog twintig minuten om mijn trein te halen. Als ik deze trein mis, moet ik een gans uur wachten en ben ik pas na middernacht in Antwerpen. Ik spurt door de luchthaven en haal de trein met nog vijf minuten op overschot! Hoera!

Een zeer geslaagd weekend!

Het meer van Genève, Yvoire en rooftopbars – 4 augustus 2018

Het ziet ernaar uit dat we een zonnige, maar hete dag tegemoet gaan vandaag. Dries en ik staan goed op tijd op, want we hebben afgesproken om samen met mijn vader te gaan ontbijten in Hotel Ibis Styles Genève Gare. Mijn vader zit al op ons te wachten bij de receptie. Het ontbijt is lekker vers en gevarieerd. Een goed begin van de dag.

Vanaf het hotel wandelen we naar het Brunswick Monument, dat met zijn gotische overdaad een goed startpunt vormt om mijn vader Genève beter te leren kennen. Dries heeft tickets gereserveerd voor een boottocht naar Yvoire, maar we zijn veel te vroeg bij de aanlegsteiger van de boot. Onze marges iets te ruim genomen. Geen erg, we wandelen wat langs het meer, bewonderen de talloze zwanen en zien de Jet d’Eau in al zijn glorie. Het is al stevig warm, dat belooft voor de rest van de dag. Spijtig genoeg is, ondanks de stralend blauwe hemel, de Mont Blanc niet zichtbaar en ook de andere bergen zijn versluierd door een waas van (vermoedelijk) waterdamp.

Het boottochtje verloopt zeer gemoedelijk, we maken foto’s van de pittoreske haventjes waar de boot aanmeert en we wagen ons zelfs aan een glaasje Chasselas als aperitief (het is op dat moment nog niet eens middag!). We zitten op het voorste dek in de vlakke zon, maar de luchtverplaatsing veroorzaakt door de beweging van de boot zorgt gelukkig voor een beetje verkoeling. Al wordt het mijn vader op een gegeven moment toch te warm en trekt hij zich terug binnen in de boot.

Op de boot kopen we tickets voor le Jardin des Cinq Sens. Het personeel op de boot blinkt echter uit in inefficiëntie en ondanks het feit dat er slechts een paar personen vóór Dries zijn, duurt het een eeuwigheid voor hij zijn drie tickets heeft bemachtigd. Ook bij het bestellen van de drank merkten we eenzelfde ongelooflijke inefficiëntie op. Iets wat ons ook al in andere établissementen is opgevallen. En ‘t is niet dat die mensen hun job tegen hun goesting doen, ze slagen er gewoon niet in de nodige handelingen op een logische manier uit te voeren. Heel bizar.

In Yvoire aangekomen maken we een kleine wandeling door de pittoreske straatjes, alvorens de benen onder tafel te schuiven bij Les Jardins du Léman. We hebben een fantastische tafel op het panoramische terras met schitterend uitzicht op het Château d’Yvoire, het meer en de Jardin des Cinq Sens aan onze voeten. Dat het eten een gastronomische plezierreis blijkt, is mooi meegenomen. Zeer terecht op nummer één bij Tripadvisor.

Na deze heerlijke lunch bezoeken we de Jardin des Cinq Sens, waar ze duidelijk elke dag hebben moeten sproeien om ervoor te zorgen dat de tuin er nog wat iet of wat groen bij lag. Mijn favoriete gedeelte van de tuin blijven de geurige planten. Heerlijk! Spijtig genoeg vertrekt de laatste boot naar Genève al om 16u en moeten we na ons bezoek aan de tuin al afscheid nemen van Yvoire. Veel te kort. Ik kom zeker nog eens terug!

Op de terugweg zien we allerlei donkere wolken rondom ons samen pakken. We vrezen door een stevige onweersbui overvallen te worden. Het was ten slotte op het warmste moment van de dag maar liefst 35 graden. Maar onze boot slaagt erin tussen de donderwolken door te laveren en de regenbuien te vermijden. Helaas word ik op de terugweg onvermoed langs achter aangevallen door een wesp of een bij. Het insect in kwestie steekt me op de achterkant van mijn arm, vlak onder mijn schouder. De steek is bijzonder pijnlijk en ik voel de angel zitten, maar kan de schade zelf niet opnemen, omdat ik jammer genoeg geen ogen op mijn rug heb.

Helaas is Dries net naar het toilet op het moment van het accident en moet ik wachten tot hij kan bekijken of hij de angel kan verwijderen (mijn vader is verziend, dus zijn hulp kan ik niet inroepen). Dat blijkt niet zo evident en we gaan op zoek naar een EHBO kist aan boord. Een lid van de bemanning is zo vriendelijk om ons verder te helpen, maar heeft niet het lef om de angel eruit te trekken. Dries hanteert dus zelf het pincet om de angel te verwijderen. Al lees ik achteraf wel dat je beter geen pincet hanteert om een angel uit te trekken. Het lijkt alsof er nog een gifzakje aan de angel bevestigd is, dus misschien was het toch een bij die kuren kreeg.

De steek doet alleszins flink zeer en ik voel de achterkant van mijn bovenarm opzwellen. Gelukkig zit in de EHBO-kist een middeltje tegen insectenbeten, maar mijn vriend en ik besluiten na aankomst in Genève toch even langs de apotheek in het station Cornavin te gaan (open tot 22u!). We laten mijn vader achter op een bankje in het parkje bij het Brunswick monument en gaan in marstempo naar de apotheek. Het is er verschrikkelijk druk en de klant vóór ons blijft maar kletsen. Ik zweer het, efficiënte bediening is in Genève een zeldzaam goed.

Ik koop een crème tegen insectenbeten en mijn vriend smeert een dikke laag op de beet. We pikken mijn vader op waar we hem achter gelaten hebben en nemen de Mouette naar de overkant van het meer met de bedoeling de Jet d’Eau van dichterbij te inspecteren. Helaas we zitten nog geen twee minuten op de de Mouette of de Jet d’Eau stopt met spuiten. Alsof hij het erom doet.

Dan maar op zoek naar iets kleins om te eten. We belanden op het terras van Italiaans restaurant Fifty-fifty, uitgebaat door een geweldig Italiaans koppel die het bijzonder grappig vonden dat we belden om een tafel te reserveren met de boodschap dat we er in zeven minuten zouden zijn. Die zeven minuten zijn een wederkerend thema, want ons eten komt er verrassend snel (je zou bijna zeggen, na zeven minuten). Mijn salade is niet echt memorabel, maar goed, het kan niet altijd haute-cuisine zijn.

Na het avondmaal kuieren we nog een beetje door straten van de Oude Stad om ons eten beter te laten verteren. De avond sluiten we af op de Met Rooftop Bar. Al moeten we wel even slikken als we de prijzen van de drankjes zien. 24 CHF voor een cocktail is er misschien toch een beetje over. Maar het uitzicht is natuurlijk wel fenomenaal. We bestellen het goedkoopste wat op de kaart staat en drinken zo traag mogelijk van ons drankje. We vallen een beetje uit de toon met onze bezwete kleren, sandalen en flipflops. De andere klanten rondom ons hebben duidelijk moeite gedaan om zich op te dirken voor een avondje uit.

Na één drankje houden we het voor bekeken: we hebben de avond zien vallen over de stad en de lichten één voor één zien aangaan. Een mooi einde van een hete dag.

Older posts

© 2022 The Swiss Life

Theme by Anders NorenUp ↑