The Swiss Life

Dries en Carolien in .ch

Category: france

Een uitgeregende barbecue in Saffloz – 28 juli 2019

De laatste dag van mijn (korte) zomervakantie bracht ik door in de piepkleine gemeente Saffloz in Frankrijk. Dries en ik waren daar uitgenodigd voor een barbecue bij één van zijn collega’s. Een aantal jaren geleden kochten de collega en zijn vrouw een huis met bijgebouw in Saffloz en sindsdien rijden hij en zijn vrouw elk weekend naar daar om het bijgebouw om te bouwen tot een heuse bed and breakfast. Chapeau! Ik denk niet dat ik er het geduld en het doorzettingsvermogen voor zou hebben. Ik was na de rondleiding onder de indruk van het vele werk dat onze gastheer en gastvrouw al verzet hebben. De verbouwingen zitten duidelijk in de laatste rechte lijn naar de voltooiing. Misschien hebben we volgend jaar wel een weekendje Saffloz in het vooruitzicht. 😉

Spijtig genoeg waren de weergoden ons deze zondag minder gunstig gezind dan de voorbije week. Het regende en het bleef regenen. De ongetwijfeld mooie omgeving werd helemaal opgeslokt door de regenwolken en in plaats van te kunnen genieten van de mooie tuin van de collega van mijn vriend, moesten we ons noodgedwongen terug trekken in de garage. Geen erg, het werd sowieso een fijne namiddag met boeiende gesprekken, lekker (en veel eten) en een aanwezigheidslijst die uit een zeer divers spectrum aan nationaliteiten bestond (Italiaans, Frans, Belgisch, Brits, Portugees, Spaans, Australisch en Fins). Dé sterren van de namiddag waren echter de twee spierwitte samoyed honden, meegebracht door het Finse homokoppel.

Op culinair vlak werden we dik in de watten gelegd. We maakten kennis met een paar lokale specialiteiten (heel lekkere crèmant du Jura) en ik mocht zelfs proeven van de door de ouders van onze Italiaanse gastvrouw zelf gebottelde schuimende rosé barbera. Dé ontdekking van de namiddag was echter de likeur Cantares de Portugal, een chocoladelikeur met krieken. We ontdekten trouwens dat niet iedereen bekend was met de fruitsoort krieken. En dan zijn we weer blij dat er zoiets als het internet bestaat. 😉

Na al deze culinaire overdaad was de collega van Dries, met wie we mochten meerijden naar Saffloz, zo vriendelijk om mij mooi aan de luchthaven van Genève af te zetten. Alwaar mijn vlucht natuurlijk weer vijftig minuten vertraging had. Rondhangen op een luchthaven terwijl je liever je ogen zou willen sluiten en dutje doen: niet tof.

Mont Salève en terugkeer naar België – 5 augustus 2018

Mijn vader, Dries en ik starten de dag opnieuw met een gezamenlijk ontbijt in hotel Ibis Styles Genève Gare. Ik geniet de tweede dag op rij van pannenkoekjes met vruchtenconfituur. Ik weet niet hoe dat zit met jullie, maar pannenkoeken maken mijn dag altijd goed.

We nemen met z’n drieën de bus naar de Téléphérique du Salève. Volgens mij is mijn vader stiekem opgelucht dat hij niet te voet naar boven moet klimmen. 😉 Het ritje met de téléphérique is voorbij in een zucht. We hebben geluk dat we aan het raam vooraan kunnen staan en dus een uitstekend uitzicht hebben op de omgeving, terwijl we aan aan paar kabels omhoog getrokken worden.

Boven aangekomen nemen we de tijd voor een uitgebreide fotosessie met Genève en het meer op de achtergrond. Het gebeurt immers niet elke dag dat mijn vader overvliegt naar Genève. Voor hem toch een serieuze stap uit zijn comfortzone.

Voor ‘s middags heeft Dries een tafeltje gereserveerd bij restaurant l’Observatoire, één van de drie restaurants op de Mont Salève. Normaal gezien een kwartiertje klimmen vanaf de téléphérique. Het is echter nog steeds bijzonder warm (zo’n 28 graden) en mijn vader heeft niet bepaald de gewoonte bergen te beklimmen. We doen het dus behoorlijke rustig aan en lassen voldoende pauzes in. Het lijkt me niet prettig dat mijn vader onwel zou worden, maar gelukkig gaat alles goed en raken we zonder problemen boven. Eén van onze rustpauzes brengen we door vlakbij een helling waar de parapentes vertrekken. We zien er op korte tijd drie vertrekken en het kriebelt bij mij om dit ook eens te proberen. Lijkt me geweldig om door het luchtruim te zweven.

Aangezien het restaurantaanbod boven op de berg erg beperkt is, hoeft het niet te verbazen dat de kwaliteit van het eten niet te vergelijken valt met Les Jardins du Léman in Yvoire. Mijn vader is niet echt enthousiast over zijn kip. Vooral de groenten moeten het ontgelden, wegens niet gaar genoeg naar zijn normen. Nu houd ik persoonlijk wel van beetgare groenten die nog knapperig zijn in de mond, maar op dat vlak is mijn vader een liefhebber van de klassieke Vlaamse keuken. Gelukkig is er nog een ijsje als dessert! En het uitzicht vanaf het terras mag er ook zijn. De toiletten daarentegen zijn redelijk schabouwelijk voor zo’n grote zaak. Gelukkig hangt er een aankondiging dat het sanitair binnenkort zal uitgebreid en gemoderniseerd worden. Geen overbodige luxe!

De afdaling gaat een pak vlotter dan de klim en we staan in een wip terug bij de téléphérique. Een paar minuten later staan we weer beneden, waar het een pak warmer is dan op de berg. We wandelen rustig naar de bushalte en zijn mooi op tijd voor de bus van 15.38u. Na afgestapt te zijn in Cornavin, ondernemen we een tweede poging om de Jet d’Eau van dichterbij te bewonderen. Helaas, we zitten net twee seconden op de Mouette en het ding wordt weer afgezet. Het zit mijn vader niet mee.

Wanneer ik mijn iphone wil opladen aan de externe batterij merk ik dat ik het verkeerde oplaadkabeltje heb meegenomen. Zeer vervelend, want ik heb de boarding pass van mijn vader en mezelf enkel in elektronische versie op mijn iphone. Gelukkig is Dries zo lief om het kabeltje te gaan halen op zijn studio in Charmilles, terwijl mijn vader en ik iets gaan drinken in de Jardin Anglais. We krijgen er gratis entertainment bij, want in de kiosk vlakbij zijn er demonstraties van Boliviaanse dansen bezig. De kleurrijke kostuums en de vrolijke muziek passen perfect bij het schitterende zomerweer.

Dries is sneller terug dan verwacht en we besluiten als afsluiter nog iets hypertoeristisch te doen waarbij er niet te veel gewandeld moet worden: we nemen het treintje op zonneënergie dat ons langs allerlei bezienswaardigheden brengt. Helaas zijn er op de route langs de oevers van het meer veel werken aan de gang, waardoor een aantal bezienswaardigheden aan het zicht onttrokken zijn. Geen erg, mijn vader vindt het toch leuk.

Als allerlaatste wapenfeit in Genève eten we nog iets kleins op het terras van Edward’s Sandwiches. Nuja, kleins: ik beperk mij tot een wrap met zalm, maar mijn vader en Dries kunnen beiden de lokroep van de burgers niet weerstaan.

Vervolgens gaan we langs het hotel om onze bagage op te halen en nemen we de bus naar de luchthaven. Uiteraard word ik er weer uitgepikt bij de security. Deze keer is het mijn bh die de scanner heeft doen afgaan. Het blijft boeiend om vast te stellen dat het telkens iets anders is dat de scanner doet afgaan: de ene keer mijn haarspeld, de andere keer mijn armband, dan weer mijn bh. En dat terwijl ik deze items altijd draag wanneer ik de security passeer. Ik denk er het mijne van. Mijn pa heeft het ook zitten. Hij moet zelfs zijn sandalen uitdoen en gans zijn koffer wordt onderzocht. Na controle blijkt alles in orde te zijn en mogen we beschikken.

We kopen nog wat chocola voor mijn moeder en mijn collega’s en zoeken een stoeltje bij de gate. Terwijl we wachten zit ik me af te vragen of er toch geen manieren zijn om dat boarding proces aangenamer en vlotter te laten verlopen. Nu staat iedereen al bijna een half uur vóór boarding in de rij aan te schuiven, omdat niemand wil dat zijn of haar handbagage uiteindelijk toch moet ingecheckt worden.

Wanneer we dan uiteindelijk aan boord zijn van ons vliegtuig, blijkt er vlak naast mij een hoogbejaarde dame te zitten. Haar familieleden zitten achter haar, dus ik help wat mee om haar veiligheidsgordel om te doen. Knap dat iemand van eind tachtig nog in staat is het vliegtuig te nemen. De rij voor ons zit een meisje van een jaar of tien dat helemaal alleen reist. Ze houdt zich heel flink, maar vanaf het moment dat het vliegtuig opstijgt, komen de traantjes. De stewardessen doen hun best om haar te troosten, maar het is duidelijk dat ze liever gewoon met rust gelaten wordt.

Verder gebeurt er niets noemenswaardig aan boord. Ik neem afscheid van mijn vader in het vliegtuig, want ik heb nog twintig minuten om mijn trein te halen. Als ik deze trein mis, moet ik een gans uur wachten en ben ik pas na middernacht in Antwerpen. Ik spurt door de luchthaven en haal de trein met nog vijf minuten op overschot! Hoera!

Een zeer geslaagd weekend!

Het meer van Genève, Yvoire en rooftopbars – 4 augustus 2018

Het ziet ernaar uit dat we een zonnige, maar hete dag tegemoet gaan vandaag. Dries en ik staan goed op tijd op, want we hebben afgesproken om samen met mijn vader te gaan ontbijten in Hotel Ibis Styles Genève Gare. Mijn vader zit al op ons te wachten bij de receptie. Het ontbijt is lekker vers en gevarieerd. Een goed begin van de dag.

Vanaf het hotel wandelen we naar het Brunswick Monument, dat met zijn gotische overdaad een goed startpunt vormt om mijn vader Genève beter te leren kennen. Dries heeft tickets gereserveerd voor een boottocht naar Yvoire, maar we zijn veel te vroeg bij de aanlegsteiger van de boot. Onze marges iets te ruim genomen. Geen erg, we wandelen wat langs het meer, bewonderen de talloze zwanen en zien de Jet d’Eau in al zijn glorie. Het is al stevig warm, dat belooft voor de rest van de dag. Spijtig genoeg is, ondanks de stralend blauwe hemel, de Mont Blanc niet zichtbaar en ook de andere bergen zijn versluierd door een waas van (vermoedelijk) waterdamp.

Het boottochtje verloopt zeer gemoedelijk, we maken foto’s van de pittoreske haventjes waar de boot aanmeert en we wagen ons zelfs aan een glaasje Chasselas als aperitief (het is op dat moment nog niet eens middag!). We zitten op het voorste dek in de vlakke zon, maar de luchtverplaatsing veroorzaakt door de beweging van de boot zorgt gelukkig voor een beetje verkoeling. Al wordt het mijn vader op een gegeven moment toch te warm en trekt hij zich terug binnen in de boot.

Op de boot kopen we tickets voor le Jardin des Cinq Sens. Het personeel op de boot blinkt echter uit in inefficiëntie en ondanks het feit dat er slechts een paar personen vóór Dries zijn, duurt het een eeuwigheid voor hij zijn drie tickets heeft bemachtigd. Ook bij het bestellen van de drank merkten we eenzelfde ongelooflijke inefficiëntie op. Iets wat ons ook al in andere établissementen is opgevallen. En ‘t is niet dat die mensen hun job tegen hun goesting doen, ze slagen er gewoon niet in de nodige handelingen op een logische manier uit te voeren. Heel bizar.

In Yvoire aangekomen maken we een kleine wandeling door de pittoreske straatjes, alvorens de benen onder tafel te schuiven bij Les Jardins du Léman. We hebben een fantastische tafel op het panoramische terras met schitterend uitzicht op het Château d’Yvoire, het meer en de Jardin des Cinq Sens aan onze voeten. Dat het eten een gastronomische plezierreis blijkt, is mooi meegenomen. Zeer terecht op nummer één bij Tripadvisor.

Na deze heerlijke lunch bezoeken we de Jardin des Cinq Sens, waar ze duidelijk elke dag hebben moeten sproeien om ervoor te zorgen dat de tuin er nog wat iet of wat groen bij lag. Mijn favoriete gedeelte van de tuin blijven de geurige planten. Heerlijk! Spijtig genoeg vertrekt de laatste boot naar Genève al om 16u en moeten we na ons bezoek aan de tuin al afscheid nemen van Yvoire. Veel te kort. Ik kom zeker nog eens terug!

Op de terugweg zien we allerlei donkere wolken rondom ons samen pakken. We vrezen door een stevige onweersbui overvallen te worden. Het was ten slotte op het warmste moment van de dag maar liefst 35 graden. Maar onze boot slaagt erin tussen de donderwolken door te laveren en de regenbuien te vermijden. Helaas word ik op de terugweg onvermoed langs achter aangevallen door een wesp of een bij. Het insect in kwestie steekt me op de achterkant van mijn arm, vlak onder mijn schouder. De steek is bijzonder pijnlijk en ik voel de angel zitten, maar kan de schade zelf niet opnemen, omdat ik jammer genoeg geen ogen op mijn rug heb.

Helaas is Dries net naar het toilet op het moment van het accident en moet ik wachten tot hij kan bekijken of hij de angel kan verwijderen (mijn vader is verziend, dus zijn hulp kan ik niet inroepen). Dat blijkt niet zo evident en we gaan op zoek naar een EHBO kist aan boord. Een lid van de bemanning is zo vriendelijk om ons verder te helpen, maar heeft niet het lef om de angel eruit te trekken. Dries hanteert dus zelf het pincet om de angel te verwijderen. Al lees ik achteraf wel dat je beter geen pincet hanteert om een angel uit te trekken. Het lijkt alsof er nog een gifzakje aan de angel bevestigd is, dus misschien was het toch een bij die kuren kreeg.

De steek doet alleszins flink zeer en ik voel de achterkant van mijn bovenarm opzwellen. Gelukkig zit in de EHBO-kist een middeltje tegen insectenbeten, maar mijn vriend en ik besluiten na aankomst in Genève toch even langs de apotheek in het station Cornavin te gaan (open tot 22u!). We laten mijn vader achter op een bankje in het parkje bij het Brunswick monument en gaan in marstempo naar de apotheek. Het is er verschrikkelijk druk en de klant vóór ons blijft maar kletsen. Ik zweer het, efficiënte bediening is in Genève een zeldzaam goed.

Ik koop een crème tegen insectenbeten en mijn vriend smeert een dikke laag op de beet. We pikken mijn vader op waar we hem achter gelaten hebben en nemen de Mouette naar de overkant van het meer met de bedoeling de Jet d’Eau van dichterbij te inspecteren. Helaas we zitten nog geen twee minuten op de de Mouette of de Jet d’Eau stopt met spuiten. Alsof hij het erom doet.

Dan maar op zoek naar iets kleins om te eten. We belanden op het terras van Italiaans restaurant Fifty-fifty, uitgebaat door een geweldig Italiaans koppel die het bijzonder grappig vonden dat we belden om een tafel te reserveren met de boodschap dat we er in zeven minuten zouden zijn. Die zeven minuten zijn een wederkerend thema, want ons eten komt er verrassend snel (je zou bijna zeggen, na zeven minuten). Mijn salade is niet echt memorabel, maar goed, het kan niet altijd haute-cuisine zijn.

Na het avondmaal kuieren we nog een beetje door straten van de Oude Stad om ons eten beter te laten verteren. De avond sluiten we af op de Met Rooftop Bar. Al moeten we wel even slikken als we de prijzen van de drankjes zien. 24 CHF voor een cocktail is er misschien toch een beetje over. Maar het uitzicht is natuurlijk wel fenomenaal. We bestellen het goedkoopste wat op de kaart staat en drinken zo traag mogelijk van ons drankje. We vallen een beetje uit de toon met onze bezwete kleren, sandalen en flipflops. De andere klanten rondom ons hebben duidelijk moeite gedaan om zich op te dirken voor een avondje uit.

Na één drankje houden we het voor bekeken: we hebben de avond zien vallen over de stad en de lichten één voor één zien aangaan. Een mooi einde van een hete dag.

Beklimming van de Mont Salève

Zondag voelde Dries zich, na wat uitgeslapen te hebben, goed genoeg om zich in de namiddag aan een fysieke activiteit te wagen. We zochten een leuke, niet te moeilijke wandeling in de buurt van Genève en kwamen zo uit bij de Mont Salève. Nu weet ik niet of jullie al eens op google maps de exacte locatie van Genève bestudeerd hebben. Indien ja, dan hebben jullie ongetwijfeld opgemerkt dat Genève zich bevindt in het meest westelijke puntje van Zwitserland en bijna langs alle kanten ingesloten is door Frankrijk. In welke richting je je ook verplaatst, het duurt nooit lang voor je in Frankrijk bent. En jawel, ook de Mont Salève, hoewel vlakbij, bevindt zich op Frans grondgebied.

We vertrokken rond het middaguur met de bus naar ginder. De Zwitserse bussen stoppen vlak voor de grens met Frankrijk en van daaruit is het maar een  tiental minuten wandelen tot aan het grondstation van de téléphérique du Salève of (voor de niet-watjes) het begin van de wandeling naar boven.

Ik moet zeggen dat ik bij het aanschouwen van de Mont Salève iet of wat mijn twijfels had: dat zagen er verdorie erg steile hellingen uit. Maar goed, volgens onze opzoekingen zou de wandeling tot aan het bovenste station van de téléphérique zo’n 2 uur en 30 minuten duren. Niet onoverkomelijk.

De klim (moeilijkheidsgraad: gemiddeld) bracht ons langs een oude spoorwegtunnel van een tandradspoorweg die tot eind 19de eeuw toeristen en lokale inwoners naar de top van de Mont Salève bracht. Fun fact: dit was de allereerste tandradspoorweg ter wereld. We wierpen een blik in de afgesloten spoorwegtunnel en zetten de weg verder langs de historische Monnetier trappen, daterend uit 1320. Dat viel eraan te zien: de erosie had zijn sporen achter gelaten.

Het wandelpad lag (buiten een klein stukje dat ons door het charmante dorpje Monnetier-Mornex leidde) voor het grootste gedeelte in de schaduw. En dat was maar goed ook, want ik was al aan het puffen na een dik kwartier klimmen. Ik moet eerlijk toegeven dat ik ergens halverwege al spijt had dat we niet gewoon met de téléphérique naar boven gegaan waren, maar hey, uiteindelijk raakten we boven. We deden 2 uur en 20 minuten over een klim van in totaal 670 meter. Sneller dan de folder aangaf. Zo slecht zal het dan toch nog niet gesteld zijn met onze conditie.

Aangekomen op een hoogte van 1095 meter genoten we eerst van het fenomenale uitzicht op Genève om vervolgens op krachten te komen op het terras van restaurant Le Panoramique met twee thés glacés maison, een portie kaas (voor Dries) en een mini-ijscoupe (voor mij). Nog niet vaak zulke kleine bolletjes ijs gezien, maar het smaakte wel.

Iet of wat bekomen van de inspanning, besloten we de terugweg aan te vangen. En jawel, ook nu weerstonden we de verleiding van de téléphérique, we gingen hetzelfde pad naar beneden als waarlangs we naar boven geklommen waren. Met dien verstande dat ons tempo op de terugweg een stuk hoger lag dan op de heenweg. We deden er 1 uur en een kwartier over om terug op ons vertrekpunt te geraken. Ik hield aan deze stevige wandeling een paar blaren over en wat lichte spierpijn de dag nadien, maar goed, toch tevreden over onze allereerste bergbeklimming in Frankrijk!

© 2022 The Swiss Life

Theme by Anders NorenUp ↑